Project neuroethiek
We weten steeds meer over de hersenen en de technieken om de hersenen te onderzoeken worden steeds beter, onschadelijker en goedkoper. De gevolgen hiervan worden steeds beter zichtbaar in de maatschappij. Steeds meer verdachten in de VS laten hersenscans maken om in de hersenen ontlastend materiaal (tumoren e.d.) te vinden voor hun gedrag; wetshandhavers spreken over het maken van “hersenvingerafdrukken” om terroristen te identificeren en over “hersenleugendetectoren” om leugenaars te ontmaskeren; personeelsfunctionarissen denken dat hersenonderzoek meer informatie zou kunnen opleveren dan traditionele psychologische tests; in de neuromarketing probeert men erachter te komen wat er in de hersenen gebeurt als mensen kiezen voor merk A in plaats van merk B en hoe dit gedrag beïnvloed zou kunnen worden; economen en ethici willen graag weten wat er in de hersenen gebeurt bij het nemen van beslissingen; hersenonderzoekers dringen er bij de wetgever op aan om rekening te houden met hun bevindingen; in het onderwijs is er een “brain-based learning” beweging; kortom, er is vrijwel geen type van medisch onderzoek dat een grotere invloed op niet-medische gebieden van het dagelijks leven heeft dan het hersenonderzoek. Tegelijk worden de mogelijkheden om de hersenen te beïnvloeden en hun werking te veranderen steeds groter: denk bijvoorbeeld aan geneesmiddelen als prozac en ritalin en aan de opkomst van gehele instituten gewijd aan neuro-engineering (“sleutelen aan de hersenen”) in de VS.
Doel project
Het doel van dit project is om een studie te maken van de ethische en juridische aspecten van dit gebruik van de hersenwetenschappen. Het project bestaat uit twee delen. In deel (1) wordt gestreefd naar een verheldering van de filosofische en conceptuele problemen die zich bij deze ontwikkelingen voordoen. Met de opkomst van de nieuwe technieken worden allerlei tot dusver zuiver academische kwesties uit de traditionele filosofie (met name de filosofie van het bewustzijn) opeens van praktisch belang, zoals niet alleen te merken is in de vakliteratuur, maar ook in de publieke discussies over de implicaties van het hersenonderzoek die zich op het moment in diverse Europese landen afspelen. In deel (2) worden de juridische aspecten onderzocht, zowel op het gebied van het strafrecht, het civiel recht, als vanuit het oogpunt van de wetgever. Naast dit alles zal ook een monografie vervaardigd worden waarin de belangrijkste bevindingen uit de philosophy of mind voor een publiek van hersenonderzoekers en andere niet-filosofen uiteengezet zullen worden.


